“De AI-race gaat niet om wie het meeste uitgeeft”: hoe de VS en China de AI-race anders aanpakken

De Chinese president Xi Jinping bracht van 23 tot 25 september een staatsbezoek aan de Verenigde Staten in Washington. Het laatste staatsbezoek van Xi Jinping aan de Verenigde Staten dateert al van 2015, toen nog tijdens de ambtstermijn van Barack Obama. Op tafel lagen meerdere thema’s, waaronder handelsakkoorden en Taiwan, maar ook AI of artificiële intelligentie, een onderwerp waar beide naties een andere kijk op hebben.

Twee AI-reuzen

Het valt niet onder stoelen of banken te steken dat de VS en China de globale AI reuzen zijn. Beide landen zetten al een aantal jaar lang in op de private en publieke sectoren om tot verdere ontwikkelingen te komen binnen het veld van AI. De Boston Consulting Group, een van de grootste internationale consultancybedrijven, zag hoe de VS in 2024 de duidelijke koploper was in de AI race, al begon China dichterbij te komen.

Trump ontvangt Xi Jinping, 24 september 2026

Anno 2026 hebben de VS die voorsprong nog steeds vast door hun kapitaal en talent, maar China’s modellen houden het tempo van hun Amerikaanse concurrenten goed bij. Hoewel beide landen het eens zijn over het groeiende belang van AI in de toekomst hanteren ze wel verschillende filosofieën en strategieën omtrent het gebruik van AI.

Groter, beter en winstgevender: als er één motto de VS op het lijf geschreven is, is het dat wel. En dat vertaalt zich heel duidelijk naar hun AI-strategie, die vooral inzet op schaal. “De Verenigde Staten leidt in AI-investeringen, IT-infrastructuur en toegang tot geavanceerde microchips”, zegt Nelson Herrera, EU Institutions Account Manager en Business Development Manager bij SoftwareOne.

Hoe groter, hoe beter: de VS in de AI-race

De VS hebben het voorbije anderhalf jaar hun kapitaalinjecties verhoogd en is naast “frontier models” (de meest geavanceerde modellen) meer op een groeiende datacenterinfrastructuur beginnen inzetten. Volgens cijfers van BCG geven Amerikaanse techgiganten tevens meer geld uit aan R&D (Research and Development), zo’n 318 miljard dollar (vijf keer zoveel als hun Chinese tegenhangers). Een aanzienlijk deel hiervan gaat naar AI.

De investeringen in de infrastructuur van de VS groeien nog sneller. In 2025 lagen die al boven de 400 miljard dollar en er werd voorspeld dat ze in 2026 meer dan 800 miljard zouden bedragen. Het interessante is dat de VS eind 2025 al de grootste datacentercapaciteit in de wereld had en er dus voor koos om die voorsprong nog steviger uit te bouwen.

China zit de VS op de hielen

China pakt het anders aan. Hoewel de investeringen in AI noemenswaardig blijven, verbleken ze bij de Amerikaanse. De Chinezen leggen de focus eerder op het afstemmen van AI in eigen economie en het creëren van efficiëntere en goedkopere modellen.

Herrera benadrukt dat China echter moeilijkheden ervaart met het verkrijgen van de meest geavanceerde microchips en de benodigdheden om deze te produceren. Binnen de productieketen van de microchips bekleden Amerikaanse bedrijven zoals Applied Materials, Lam Research en KLA cruciale posities. Washington heeft exportbeperkingen opgesteld om China’s toegang tot strategisch gevoelige technologie te beperken.

“Het beschikken over de meest geavanceerde technologie is een groot voordeel, maar het weerhoudt concurrenten er niet van om binnen de gestelde beperkingen te innoveren”, verwoordt Herrera. Ondanks de kleinere investeringen en moeilijkheden met het verkrijgen van de meest geavanceerde microchips slaagt China erin de VS bij te benen.

Amerikaanse AI-bedrijven zoals Anthropic en OpenAI leveren momenteel nog de beste modellen volgens Bloomberg, maar er zijn eveneens Chinese modellen (zoals Kimi K3) die opkomen en bezig zijn de kloof te dichten. “De AI race gaat niet simpelweg om wie het meeste uitgeeft, maar ook om wie investeringen kan omzetten in schaalbare, betaalbare en algemeen aanvaarde oplossingen”, vat Herrera samen.  

Twee landen, twee filosofieën

“Het fundamentele verschil zit hem in hoe beide landen de relatie tussen technologie, economische macht en staatsgezag begrijpen”, legt Herrera uit. Trump ziet in AI een strategisch instrument dat hij kan gebruiken om de Amerikaanse economie op te krikken en meer geopolitieke dominantie te verkrijgen.

Hij zet hierbij vooral in op innovatie van de private sector, snellere investeringen en minder regulering gecombineerd met commercieel leiderschap. Opvallend, aangezien er veel Amerikaanse CEO’s van techbedrijven hun president aanmanen om voorzichtiger om te gaan met het groeiproces van AI.

Xi Jinping en China presenteren een andere visie. AI is een technologie die collectieve verantwoordelijkheid, overheidstoezicht en internationale samenwerking vereist. Er moet echter wel een kanttekening gemaakt worden bij deze visie. China heeft niet puur het beschermen van burgers voor ogen, ze willen AI ook inzetten om meer staatscontrole over informatie, algoritmes en de technologiesector te verkrijgen. Sociale stabiliteit en politieke controle vormen de hoeksteen voor Peking en het Chinese bestuursmodel.

Is een toenadering mogelijk?

Is een toenadering tussen beide partijen en hun desbetreffende visies mogelijk? “Ik denk dat samenwerking mogelijk is, maar die zal selectief, pragmatisch en meer ingegeven worden door wederzijdse belangen dan door politiek vertrouwen”, oordeelt Herrera.

Er mag niet vergeten worden dat beide landen via productieketens en industriële afhankelijkheden met elkaar verweven zijn. Een complete afscheiding van elkaar is dus onmogelijk. Daarnaast erkenden beide landen ook dat ongecontroleerde AI-ontwikkeling kan leiden tot significante risico’s wat betreft cybersecurity, financiële markten, kritieke infrastructuur.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *