Dit beeld is gemaakt met AI.
Een diploma alleen volstaat steeds minder om de arbeidsmarkt binnen te geraken. Steeds meer afgestudeerden kiezen daarom voor een stage na hun studies. Volgens arbeidseconoom Stijn Baert verhoogt zo een keuze je slaagkansen op de arbeidsmarkt. Opvallend vaak gaat het om onbetaalde trajecten. België is een van de weinige landen waar dit nog gangbaar is. Wat wordt voorgesteld als een investering in jezelf, blijkt in de praktijk vooral haalbaar voor wie zich kan permitteren om tijdelijk zonder inkomen te werken.
Diploma-inflatie en toenemende concurrentie
De democratisering van het hoger onderwijs heeft ertoe geleid dat steeds meer jongeren verder studeren. Cijfers van de Vlaamse Overheid wijzen uit dat het aantal behaalde masterdiploma’s in Vlaanderen vandaag op hetzelfde niveau ligt als het aantal professionele bachelors. Daarbovenop stijgt het aantal masterdiploma’s al jaren sterk.
Wat ooit een onderscheidend profiel was, is intussen de norm geworden. Tegelijk opereren werkgevers in economisch onzekere tijden voorzichtiger. Werkervaring geldt steeds vaker als doorslaggevende factor bij aanwervingen. Zelfs voor instapfuncties. Afgestudeerden botsen daardoor op een paradox: om ervaring te krijgen, moet je al ervaring hebben.

De stage als informele voorwaarde?
Om zich te onderscheiden, zoeken veel jonge afgestudeerden naar bijkomende ervaring. Een stage na de studie is een keuze die studenten steeds vaker maken. Vooral in sectoren zoals media, cultuur en politiek lijken dergelijke trajecten een informele toegangspoort tot vast werk. Die evolutie verschuift de rol van stages. Waar ze vroeger vooral een leermoment binnen een opleiding waren, functioneren ze nu ook als selectie-instrument op de arbeidsmarkt.
Dit stelt ook recent onderzoek van Stijn Baert, arbeidseconoom aan de Universiteit Gent. Elke vorm van stage zou je kansen om uitgenodigd te worden op een sollicitatiegesprek sterk verhogen. Voor vrijwillige stages die buiten het diplomatraject vallen, is het effect het grootst. In hetzelfde onderzoek bleek dat werkgevers stage niet alleen als leermomenten zien, maar ook als een signaal van talent en inzet van een sollicitant.
Is dit problematisch? Op lange termijn kan dit gevolgen hebben. Het verschuift de verantwoordelijkheid van werkgevers naar starters. In plaats van jongeren op te leiden binnen betaalde instapfuncties verwachten ze dat dat zij eerst zelf investeren in onbetaalde ervaring. De drempel om te kunnen beginnen werken verhoogt hierdoor. Er ontstaat een informele norm die niet wettelijk is vastgelegd maar in de praktijk wel doorslaggevend is.
Wat zegt de wet?
In België bestaat er geen algemeen wettelijk verbod op onbetaalde stages voor afgestudeerden. Dit bevestigt ook Joke Van Bommel, woordvoerder van VDAB. Wie na het behalen van een diploma stage loopt, moet niet automatisch betaald worden. Enkel specifieke statuten zoals de beroepsinlevingsstage (BIS) verplichten een minimale vergoeding.
Stages die deel uitmaken van een opleiding zijn wettelijk onbezoldigd. Ook buiten en na het onderwijs kunnen organisaties afgestudeerden laten meedraaien zonder loon. Dit kan zolang de relatie juridisch niet wordt beschouwd als een klassieke arbeidsovereenkomst. De wet maakt een onderscheid tussen een leerervaring en betaalde arbeid. Dit is een onderscheid dat in de praktijk niet altijd eenduidig is. België behoort daarmee tot de landen waar onbetaalde stages na afstuderen juridisch mogelijk blijven.
Een opportuniteit voor financieel welgestelden
De mogelijkheid om enkele maanden zonder inkomen te werken, is echter geen neutrale keuze. Jongeren die nog thuis wonen of financiële steun krijgen, kunnen zo’n traject gemakkelijker overbruggen. Voor wie huur betaalt, geen spaarbuffer heeft of geen financieel vangnet heeft van thuis uit, vormt een onbetaalde stage een aanzienlijk risico.
“Niet iedereen kan het zich in elk geval permitteren om na de studies nog eens een vrijwillige stage te doen”, bevestigt ook Stijn Baert. Een belangrijke nuance die hij hier bij maakt is dat een stage niet het enige is dat je kan doen om je profiel sterker te maken. “Studentenleiderschap, je studies in een normale tijd afronden en studentenarbeid zijn evengoed elementen die je CV verbeteren.”
Of iemand een stage volgde of volgt maakt wel degelijk een verschil. Zo bevestigt ook het onderzoek. “Stages zijn een manier waarop dat ongelijkheid zich kan doorzetten, maar dat is ook zo met andere velden van het leven”. “Als de toegang tot stages ongelijk is, dan is ook de toegang tot de arbeidsmarkt ongelijk”.
Volgens Baert moet je diversiteit breder zien dan alleen gender of migratieachtergrond. Ook andere factoren kunnen gelijke kansen op de arbeidsmarkt onder druk zetten. “Je kan je voorstellen dat dit ook verboden of strafbaar moet zijn, wanneer deze elementen gelijke kansen ondermijnen”, stelt Baert.
Wat werkgevers vaak zien als extra motivatie of ambitie, is in de praktijk soms gewoon een voordeel voor wie het financieel breder heeft. In sommige sectoren kom je er niet alleen met een diploma of talent, maar moet je het je ook kunnen veroorloven om een tijd gratis te werken. Baert zegt daarom dat een stage tijdens je studie belangrijk is. Maar als iedereen stage loopt, is dat natuurlijk ook niets bijzonders meer.
