Terwijl Film Fest Gent de cinema viert, wordt de Vlaamse filmsector getroffen door besparingen en gaat Screen Flanders op de schop. Wat betekent dit voor jonge regisseurs? Filmmaker Niko Wei vertelt.
Zwarte rouwbanden op de rode loper
Elk jaar in oktober verwelkomt Film Fest Gent meer dan 100.000 filmliefhebbers om nieuwe films te ontdekken. Twaalf dagen lang schittert nationaal en internationaal filmtalent op de iconische rode loper aan de trappen van de Kinepolis. Toch hangt er dit jaar naast het feestgebeuren ook onzekerheid in de lucht.
Tijdens de openingsavond, waarop Lukas Dhont (35) zijn nieuwe film Coward voorstelde, klonk er protest. Verschillende acteurs, actrices en mediapersoonlijkheden droegen een zwarte rouwband als statement tegen de aangekondigde cultuurbesparingen en de afschaffing van Screen Flanders. “Dat Screen Flanders geen subsidies meer krijgt, is gewoon schandalig en absurd”, getuigt Elisabeth Lucie Baeten in Het Laatste Nieuws.
Wat werd precies beslist?
De besparing van 47 miljoen euro die de Vlaamse overheid doorvoert in de cultuursector betekent vanaf 1 januari 2027 ook het einde van Screen Flanders, het initiatief dat Belgische producenten financieel ondersteunt. Volgens het audiovisuele investeringsfonds leverde elke euro aan steun ongeveer acht euro op voor de Vlaamse economie. Daarnaast zijn er ook geruchten over de afschaffing van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF), al werd dit niet officieel bevestigd.
“Brutaal, maar niet onverwacht”
Niet alleen op het festival heerst er onzekerheid over de toekomst van de filmsector. Ook bij jonge filmmakers leiden de besparingen tot bezorgdheid. Een van hen is Niko Wei, afgestudeerd aan de LUCA School of Arts. Met zijn kortfilm Maman won hij vorig jaar de Award for Best Belgian Student Short op Film Fest Gent. Vandaag kijkt hij met een realistische blik naar zijn toekomst in de sector.
Volgens Wei komen de besparingen niet volledig onverwacht. “Ergens zijn de besparingen een logisch gevolg, aangezien het budget voor Screen Flanders de laatste jaren alsmaar kleiner werd.” Toch vindt hij de volledige afschaffing verregaand: “Dat plots de stekker uit het fonds wordt getrokken, vind ik best brutaal.”
Meer dan een kwestie van besparingen
Voor jonge filmmakers komt de beslissing bovenop een al precair toekomstperspectief. “Als je afstudeert in een filmopleiding, zijn er slechts weinigen die daar direct van kunnen leven. De onzekerheid was al aanwezig, maar als er dan iets als Screen Flanders wegvalt, zorgt dat voor nog meer vragen”, aldus Wei.
Het verdwijnen van steun heeft niet alleen een impact op filmsubsidies, maar ook op de werkgelegenheid binnen de filmsector. “Jammer, want het zal een direct effect hebben op heel veel jobs”, zegt Wei. Achter één filmproject schuilt een brede groep professionals, van regisseurs en acteurs tot monteurs, geluidstechnici en productieassistenten. Tegelijk stelt Wei dat niet elke filmopleiding dezelfde jobzekerheid biedt. “Iemand die geluid studeert, heeft veel meer zekerheid dan ik, die opgeleid ben tot onafhankelijke filmmaker.”
Een plan B en een oproep aan jongeren
Ondanks zijn bezorgdheid wil Wei toekomstige filmstudenten niet ontmoedigen. Wel vindt hij het belangrijk om realistisch te blijven. “Veel hangt af van je ambities”, zegt hij. “Maar het is slim om een plan B klaar te hebben. Nu met de besparingen misschien nog iets meer, maar sowieso in het algemeen.”
Wei gelooft niet dat een gesprek met politici veel zou veranderen. “Dit is geen conversatie die ik zou willen voeren. Ik ben daar niet zo optimistisch in.” Zijn boodschap richt hij liever tot jongeren, die volgens hem nog mee kunnen bepalen welke keuzes er in de toekomst voor de filmsector worden gemaakt. “Moest ik mij kunnen richten op iemand, dan zou ik mij richten op mensen die jong zijn, die nog moeten stemmen voor de toekomst.”
